Stilheid en vertrouwen
1 Voor de koorleider. Naar de wijze van Jedutun. Een psalm van David.
2 Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God,
van Hem is mijn heil;
3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.
4 Hoelang zult gij op een man aanstormen?
Gij allen zult omvergestoten worden
als een hellende wand, een neerstortende muur.
5 Waarlijk, zij beraadslagen
om hem van zijn hoogte af te stoten,
zij scheppen behagen in leugen;
zij zegenen met hun mond,
maar in hun binnenste vloeken zij. sela
6 Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God,
want van Hem is mijn verwachting;
7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.
8 Op God rust mijn heil en mijn eer,
mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God.
9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk,
stort uw hart uit voor zijn aangezicht;
God is ons een schuilplaats. sela
10 Waarlijk, een ademtocht zijn de geringen,
een leugen de aanzienlijken;
in de weegschaal gaan zij omhoog,
tezamen lichter dan een ademtocht.
11 Vertrouwt niet op verdrukking,
stelt geen ijdele hoop op roof;
als het vermogen aanwast,
zet er het hart niet op.
12 God heeft eenmaal gesproken,
ik heb dit tweemaal gehoord:
de sterkte is Godes.
13 Ook de goedertierenheid, o Here, is uwe,
want Gij zult ieder vergelden naar zijn werk.
GOD IS MIJN SCHUILPLAATS Psalm 62: stilte en vertrouwen
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Twee woorden reikt deze psalm ons aan.
De woorden ,,stilte’’ en ,,vertrouwen’’.
Een lied van stilte: dat is psalm 62. Mijn ziel keert zich stil tot God. Hij is mijn schuilplaats.
En het is ook een lied van vertrouwen. God is mijn rots, ik zal niet wankelen.[2.2]
Psalm 62
lijkt teveel te vragen van ons mensen in dit drukke en bitter aangevochten leven.
Het lijkt meer een lied voor een kluizenaar.
In de woestijn van Juda zijn holen waar kluizenaars de hele dag rustig
mediteren over God. Hun eten en drinken wordt op tijd gebracht. Ze
hebben stilte.
Ze hoeven nooit te hollen over een perron, ze staan nooit in de file, ze worden nooit geconfronteerd met onrustgevende programma’s en reclames, ze delen niet in de ellende van
de buren en ze hebben geen problemen in hun huwelijk of gezin. Rampen
van de bewoonde wereld dringen niet als nieuws tot hen door.
Hun ziel keert zich stil tot God. Hun grot is hun schuilplaats en ze ervaren God als hun rots, midden in de leegte.
Zo kunnen we ons voorstellen dat David in de eenzaamheid van de
woestijn dit lied heeft gedicht, ver van het gewoel en de intrigues aan
het hof van Saul. God is mijn schuilplaats! Een prachtige psalm om te
zingen buiten de tijd
Een mooi lied van rust, maar hoe zou het ónze psalm kunnen zijn! Wij
die zo worden afgeleid door het moderne leven, hoe zouden we kunnen
zeggen: Op God rust mijn heil en mijn eer! Ook wanneer je gelooft, is
dat geloof lang niet altijd even sterk geweest in dit jaar. Het was
soms als vuurtorenlicht: even glijdt het over je leven heen, maar
daarna zijn er weer lange donkere momenten.
Er wordt in onze wereld wel hevig verlangd naar een diepe rust. Ook
christenen verlangen naar stabiliteit in hun geloof. Het lijkt wel
alsof kerk en geestelijk leven delen in de onrust van onze tijd. Steeds
meer mensen voelen zich in de kerk onrustig, niet meer op hun gemak.
Men wijt het aan de vele veranderingen: ik voel me er niet meer zo
thuis. Of men wijt het juist aan te weinig veranderingen: hoe kan ik
mezelf nu herkennen in zo’n ouderwetse dienst? We zoeken excuses voor
onze eigen onrust. Niet alleen bij jongeren geldt dit maar ook bij
ouderen: het klagen verbindt hen in onze tijd. En klagen wijst vaak op
innerlijke onzekerheid en verwarring
We hebben eigenlijk als mensen erg behoefte aan een nieuw lied:
Mijn ziel, keer u stil tot God, van Hem is mijn verwachting,
waarlijk Hij is mijn rots en mijn heil, ik zal niet wankelen
Laten we daarom toch nog eens dit lied onder ogen zien. Het leek een
psalm van een man in de woestijn, een man buiten de werkelijkheid. Maar
is het dat wel?
Wanneer je goed kijkt, hoor je toch ook hele onrustige klanken. We
lezen in vers 4-5 over mensen die op een man aanstormen, die plezier
hebben in leugen en die dubbelhartig zijn in hun omgang met anderen (ze
lijken te zegenen, maar in werkelijkheid vervloeken ze je).
En in vers 10-11 lezen we over leugen en verdrukking. Blijkbaar is de
wereld toch wel dichtbij. Want dat is toch de onrust van de wereld om
ons heen, dat de mensen en de dingen steeds weer anders blijken te zijn
dan we dachten. Je kunt er niet echt op aan. Een minnaar blijkt een
wegloper. Een echtgenoot wordt ontrouw. Een zakencollega bedriegt je.
Vrienden die je aanvaarden storten je van de hoogte in de verslaving
aan verdovende middelen. Je moet je door de mensheid heen vechten en
kunt niet echt op je omgeving vertrouwen. Dat gaf ook in het bijna
voorbije jaar
zoveel onrust dat mensen er soms onder bezweken of in de hulpverlening hun steun moesten zoeken
Hoe leer je in deze werkelijkheid een lied van rust tot grondtoon van je leven te maken?
Blijkbaar heeft David het wél geleerd. Hij heeft psalm 62 niet gedicht
omdat hij buiten het leven stond. Integendeel. Hij heeft het soms
spaans benauwd gehad: hij dacht dat hij onderuit zou gaan. Wankelen en
vallen. Hij voelde zich hulpeloos in zijn omgeving die vijandig en
bedreigend werd. Zijn vertrouwen in God is niet zijn startpunt, maar
zijn finish. Hij komt als een vluchteling tot God. Hij klampt zich in
nood aan Hem vast als aan een rots. Hij vlucht naar God als naar een
burcht waarin je ontkomen kunt. Hij noemt God zijn Schuilplaats (vers
9).
En dit is een belangrijke les die we hier kunnen leren. Wij denken vaak
dat het lied van de stilte je start moet zijn. En midden in de onrust
van het leven kunnen wij daar juist zo moeilijk mee starten. Maar het
is niet je start, het is juist je toevlucht. Vanuit de wirwar van de
mensen waardoor je dreigt te verdwalen en die je desoriënteert, zoek je
een uitweg. En dan vind je die niet in een onaantastbaar ik, in jezelf.
Je voelt jezelf juist onzeker en wankelend. Antwoorden op eigen vragen
maar ook op het immense leed van veel mensen in deze weken, heb je
niet. En dan is er in de verte die burcht: daar kun je bescherming
vinden. En daarginds is een rots met holen waarin je kunt schuilen. Ren
voor je leven! En vind dáár veiligheid!
Dat is het advies van David aan ons allemaal. David wil ons voorbeeld
zijn. Hij zingt geen zelfvoldaan lied. Hij wijst een richting. Dat zie
je in vers 9. Daar richt hij zich tot zijn luisteraars, tot ons. Wij
zijn het volk. En dan wijst David ons de weg: Stort uw hart uit voor
zijn aangezicht!
Dat is een verrassend advies. Je zou verwachten dat David zei: jullie
moeten net zulke rustige mensen zijn als ik ben. Jullie moeten dit lied
maar netjes meezingen. Maar dit zegt hij niet. Hij weet dat we het
helemaal niet kunnen. Toen niet en nu niet. Wij kunnen het niet omdat
ons hart boordevol is met van alles. Mijn hart is vol onrust die ik
zelf maar al te goed ken. En u, als oudere broeder of zuster, hebt in
uw hart uw eigen zorgen en onrust. En jongeren hebben vaak heel andere
dingen die je onrustig maken en die je opjagen. Vaak weten wij het niet
van elkaar. Soms weten ouders niet
eens wat er allemaal in hun kinderen of kleinkinderen spookt. En wij
allemaal kunnen niet peilen wat er omgaat in de zovelen die door de
etnische zuiveringen werden verdreven of die alles verloren door
overstromingen en orkanen
Er is er één die dit alles weet. Salomo heeft eens in zijn gebed tot
God gezegd: U kent de plaag van ieders hart! En dat is ook zo. Niemand
kan onze tijd en de problemen ervan helemaal analyseren. En niemand
begrijpt het onbegrijpelijke van rampen en plagen. En niemand weet
precies wie ik zelf ben. En daarom vind je bij mensen ook altijd maar
een beperkt begrip. Maar God kent precies de emoties en de problemen
van deze 21ste eeuw en Hij kende ze van heel dit bijna voorbije jaar,
dag en nacht.
En Hij kent ook mij van binnen en van buiten.
Daarom heeft het zin om je hart voor Hem uit te storten. Voor zijn
aangezicht. God heeft een gezicht. Je kunt Hem onder ogen komen en voor
Gods ogen je hart uitstorten.
Misschien hebt u geen zicht op God en misschien heeft Hij geen gezicht
voor jou, maar dat is dan al het eerste dat je voor Hem kunt
uitschreeuwen. Here, u hebt geen gezicht voor mij, ik zie u niet, ik
voel uw ogen niet. Wanneer dat leeft in je hart, kun je het uitstorten.
En dat is altijd voor zijn aangezicht. Want wanneer het donker is voor
ons, zijn de ogen van God ook in dat donker op ons gericht. Je hoeft
dat niet eerst te zien om het te geloven. Stort uw hart uit voor zijn
aangezicht! Dat mag je ook doen wanneer je vanwege de vele gruwelijke
nieuwsbeelden geen uitzicht hebt en het gevoel hebt dat je in een
verlatenheid staart. En je mag het doen wanneer dit jaar een ramp
bracht in
je persoonlijk leven, zodat je nu in een zwart gat staart
Wanneer je als vluchteling de opening in de bergwand ziet, is het
daarbinnen donker, maar wanneer je je naar binnen stort, sluit de wand
zich beschermend om je heen en je ogen gaan de schuilplaats langzaam
ontwaren in het schemerlicht. Ik tuimelde naar binnen, maar nu zeg ik:
Dit is mijn schuilplaats. Zo is God voor ons.
Altijd?
David heeft het ervaren. Hij was een gelovig man. Maar wij zeggen dan:
het is allemaal lang geleden. De tijd is veranderd. Kun je hier vandaag
nog wel wat mee? David denkt van wel. Hij zegt
(vers 9a): Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk! Tijden veranderen wel.
David had er geen idee van wat de 21ste eeuw aan problemen oplevert. Maar God blijft dezelfde. Daarom kun je Davids voorbeeld volgen ook al is hij zelf allang verouderd en uit de
tijd. God is de Enige die altijd bij de tijd is. Daarom kun je op Hem
vertrouwen te allen tijde.
Maar één ding verbindt David en ons over alle tijden heen: geen van ons kent van tevoren het gevolg van de overgave aan God, niemand weet van tevoren precies wat er
allemaal gaat gebeuren wanneer je je hart voor Hem uitstort. Daarvoor
moet je afgaan op horen zeggen. Je moet het wagen met Hem. David zegt:
God heeft eenmaal gesproken. Met die roepstem heeft hij het gewaagd. En
dan vervolgt hij: ik heb het twee keer gehoord. Dat is vreemd. Maar
toch kan dat. Soms zeggen we: ik heb het al twee keer gezegd en je
hoort niets. Keer dat nu eens om: u hebt het één keer gezegd,
maar ik heb het dubbel in mijn oor geknoopt! Het loont om wat God zegt
dubbel en dwars te horen. Niet te vergeten, om te onthouden: De sterkte
is bij God!
DE STERKTE IS GODES. Of wat moderner: VOOR HOUVAST MOET JE BIJ GOD ZIJN!
Dat krijg je te horen. Daar moet je het mee wagen. Stort voor Zijn
gezicht je hele hart maar uit. Storm en tranen, maar laat het horen en
zien aan Hem! Wanneer je stukbreekt voor God, zijn er opeens armen die
je opvangen, muren om je heen.Dat is de gezegende vlucht naar de grote
Toevlucht
Hier begint je eerste zangles.
Waarlijk, mijn ziel, keer je stil tot God, van Hem is mijn verwachting.
Hij is de rots waarin ik een holte zoek: ik ga me veilig voelen. Hij is
de burcht waarheen ik vlucht: ik hoef niet meer bang te zijn dat ik
struikel en ingehaald word door alles waarvoor ik bang ben.
En dan moeten we niet zijn als de vrouw van Lot. Zij keek om en werd een zoutpilaar.
In ieder mens zit iets dubbels. Hij of zij wil graag rust en vrede
vinden. Bij God? Goed! Maar hij of zij heeft het ook in zich om te
willen delen in de onrust van oneerlijkheid en vuilheid en bedrog. En
om zich te verlustigen in allerlei klagende en mopperende of
kwaadsprekende gesprekken. Het zijn geen heiligen die tot God vluchten,
maar zondaars.
Daarom staat er ook in vers 11 een waarschuwing. Wil je de Rots bereiken en je veilig voelen, dan moet je niet omkijken naar verdrukking en roof. En als je
voorspoed hebt, moet je daar niet je vertrouwen op zetten. Het kan
allemaal in één seconde worden weggespoeld. Het is alsof David onze
welvaartstijd ook al besluit in de psalm: Als het vermogen in Nederland
aanwast en als je spaarrekeningen of aandelen hebt en als jongere over
veel geld beschikt in het weekend, zet er het hart niet op.
Denk niet dat je met dat geld je rust zult kopen. Vrede in je leven is niet te koop: vrede is alleen te vinden door te
vluchten. Blijf niet vastzitten in strikken die op je pad liggen!
We keren nu weer terug naar het begin.
Psalm 62
Mijn ziel keert zich stil tot God. Hij is mijn schuilplaats
Het is ook een lied van vertrouwen. God is mijn rots, ik zal niet wankelen
Is het vanavond ook ons lied?
Vluchten we met onbegrepen leed van velen naar Hem die een toevlucht is?
Voor ons die vaak onrustig zijn en die soms allerlei levens tegelijk leiden?
Zult u voor God gaan knielen met deze psalm op de lippen?
Ik weet úw antwoord niet. Ik kan alleen maar zeggen: luister goed naar David. Knoop de psalm in je oor en leg hem in je hart. De kerk
geeft je de rust niet, maar wijst je wel de weg.
Die weg moet ieder van ons zelf gaan. Zo zelf als David.
Maar achteraf zeg je: het was toch geen eenzame weg, want al die tijd was Hij bij mij. Daardoor wankelde ik niet
Wie vrede en rust vindt bij God en voor Hem zijn hart uitstort, komt erdoorheen.
Ook door onze verwarrende en verdrietige tijd. Hij of zij zal niet te zeer wankelen.
Zegen en vloek van de mensen zijn om ons heen, maar God is mij een schuilplaats.
Geve God dat ook uw ziel, ook jouw leven, zich stil tot Hem keert, vol overgave en dat we het samen uit ons hart leren zingen:
Tóch is God in Christus mijn Schuilplaats en mijn Opvangplaats!
Niet omdat ik alles begrijp, maar omdat ik Hem vertrouw.
AMEN